HET VERSCHIL EN DE OVEREENKOMSTEN TUSSEN BLESSURES EN PIJNKLACHTEN

De trainingswereld mengt zich graag met de revalidatiewereld en andersom. Dit is een goed teken. Echter begrijpen deze twee werelden elkaar helaas niet altijd. Dit geldt ook voor pijnklachten. Pijn wordt vaak als ‘slecht’ bestempeld, terwijl het in eigenlijk waarschuwt voor beschadiging van weefsel. Het gekke is, dat pijnklachten niet altijd betekenen dat er weefselschade of blessures aanwezig zijn. Pijn staat dus niet altijd in relatie met weefselschade of blessures. In deze blog gaan we in op de huidige wetenschap en de relatie tussen schade aan je lichaam & hoe iets voelt.

IS ‘PIJN’ BIJ KRACHTSPORT OOK ECHT EEN GRAADMETER VOOR WEEFSELSCHADE OF BLESSURES?

Je bent klaar met een geweldig trainingsblok. Nu heb je last van de knie. Betekent dit dat je schade opgelopen hebt? Het antwoord is: het is ingewikkeld. Volgens een nieuw stuk uit het Britse Journaal voor Sport Geneeskunde blijkt het dat atleten voortdurend te maken hebben met pijntjes en kleinere problemen. Waar sommige van deze pijntjes of problemen verdwijnen blijven andere bestaan. Beoordelen welke signalen we veilig kunnen negeren en welke we serieus moeten nemen is een kunst en een vaardigheid op zich. Dit is wat de Performance Coaches in opleiding leren naast hun huidige trainingsvaardigheden. Daarnaast kunnen we ervoor kiezen om die pijntjes/blessures te labelen. Dit kan echter de uitkomst drastisch beïnvloeden, zowel positief als negatief.

Herken je dit? Wanneer het woord ‘hernia’ ooit gevallen is, dat er 10 jaren later nog steeds geleefd wordt naar deze diagnose? We weten namelijk dat weefsels (ook tussenwervelschijven) herstellen.

Een naam geven aan pijnklachten als “een blessure”, kan negatieve gevolgen hebben voor het ervaren van pijn (de pijnklacht zonder schade). Zeker wanneer er geen directe “schade” aanwezig is in de hardware van het lichaam. Onder hardware verstaan we o.a. spier, pees, bot, kapsel, bindweefsel. Een blessure (ook een een ‘verwonding’ genoemd) is een vorm van lichamelijk letsel die men in de meeste gevallen door het beoefenen van sport heeft gekregen. Vanuit een langzame ontstaanswijze (sub-acuut) of een directe ontstaanswijze (acuut). Dat laatste komt in krachtsport zelden tot niet voor.

Wanneer pijn onterecht als een blessure wordt bestempeld kan dit tot angst en overdenken leiden. Het kan zelfs de manier veranderen waarop je het aangetaste deel van het lichaam beweegt, dit kan tot verdere problemen leiden in de symmetrie of overload creëren op andere weefsels (compensatiegedrag) bij het leveren van kracht.


Blessureweefsel versus pijnlijk weefsel

Om te beginnen enkele definities:

  • Een sportblessure verwijst naar schade aan een deel van het lichaam. Het wordt meestal aangegeven door lichamelijke beperkingen; een herkenbaar mechanisme van letsel en eventueel tekenen van ontsteking.

  • Als je een pees of spier scheurt, zorgt dit ongetwijfeld voor weefselschade. Een belangrijk gegeven: als mensen maar goed genoeg zoeken, zal er altijd iets te vinden zijn wat op een blessure lijkt. Als je röntgenfoto’s maakt van een middelbare atleet met kniepijn, zijn er mogelijk tekenen van kraakbeenschade of ‘degeneratie’ in de ‘slechte’ knie te zien. Hetzelfde wordt echter vaak gezien in de ‘goede’ knie. Een normaal, veelvoorkomend gevolg van veroudering en het verklaart niet waarom de ‘slechte’ knie pijn doet.


PIJN!

Pijn daarentegen wordt vaak gedefinieerd in de literatuur als “een onaangename zintuigelijke en emotionele ervaring die verband houdt, of lijkt op feitelijke of potentiële weefselschade”. Het voelt dus alsof er iets beschadigd is. Maar het lastige van pijn is dat dit een subjectieve maat weergeeft, door de cliënt beschreven als een ervaring. Pijn kan zelfs bestaan zonder aanwijsbare weefselschade. Een voorbeeld is een veelvoorkomende diagnose bij krachtsporters: patellafemorale pijn (pijn in / rondom de knieschijf) wat in feite betekent dat de knie pijn doet, maar ze niet precies kunnen achterhalen waarom het pijn doet. Ter vergelijking: patella tendinopathie (een beschadigde of ontstoken pees) is een kniepijn met een klinisch aanwijsbare oorzaak voor de pijn. (blessure)

Ruben’s 7 favoriete feiten over pijn:

  1. Pijn is normaal, persoonlijk en altijd echt

  2. Ons lichaam bevat gevaarsensoren, geen pijnsensoren

  3. Pijn en weefselschade komen zelden direct overeen

  4. Pijn omvat hersenactiviteit

  5. Pijn is een van de vele beschermingsmechanismen van ons lichaam

  6. Leren over pijn kan je helpen als individu

  7. Actieve behandelstrategieën bevorderen duurzaam herstel


Het verschil tussen sportgerelateerde blessures en sportgerelateerde pijn: de belangrijkste punten.

  • Pijn wordt beïnvloed door context, verwachtingen, overtuigingen en cognities: blessures niet. Of andersom: blessures zijn objectief waarneembaar, pijn niet. Dat gezegd hebbende: subjectieve beoordelingen van pijn, inclusief een simpele 0 tot 10 waarneming op de pijnschaal, kan informatief zijn. Dat is hoe we weten of inspanning ervoor zorgt dat mensen opgeven bij tests van het uithoudingsvermogen.

  • De prognose voor een blessure hangt af van welk lichaamsdeel er is aangetast. Als we kijken naar weefselherstel, zien we dat gewonde spieren sneller genezen dan bijvoorbeeld tussenwervelschijven. De genezing loopt in een ander voorspelbaar tijdspad, dit kunnen we uit onderzoek & onze anatomie kunnen concluderen. Pijn daarentegen komt en gaat vaak zonder enige voorspelling. De ernst hangt niet noodzakelijk af van de genezing zoals, het bovengenoemde weefselherstel/blessure voorbeeld.

We kunnen krachtsport revalidatie dus onderscheiden in twee dimensies

  1. Het fundamentele principe van revalidatie na een blessure: het geleidelijk verhogen van de intensiteit van belasting van het beschadigde weefsel, totdat de genezing is voltooid en het in staat is om de eisen van de training/lifts of belasting aan te kunnen.

  2. De focus voor sport gerelateerde pijn ligt op het verbeteren van het vermogen van de cliënt om pijn te beheersen bij negatieve reacties, catastroferen of negatief overdenken bij langdurige pijnen waardoor de pijn herhaalt. Dit proces is niet lineair als het herstel van beschadigd weefsel: je kunt niet zomaar de training belasting verhogen en aannemen dat de pijn zal verdwijnen. Hier zijn andere strategieën voor.

We moeten oppassen met het labelen van pijn of blessures. Zelfs bij weefselschade! Dit kan negatieve gevolgen hebben. Een knieblessure bijvoorbeeld: een meniscus scheur noemen in plaats van een meniscus verrekking, kan de cliënt ertoe aanzetten te kiezen voor chirurgie, ook al is dit (verre van) niet de beste behandelwijze van herstel bij deze blessure.


Woorden die zijn gekozen om blessures of pijn te beschrijven worden diagnoses genoemd. Diagnoses worden vaak een tweede naam. Deze tweede naam kan een vicieuze cirkel van catastroferen, angst en bewegingsangst veroorzaken
— Ruben

In veel gevallen zijn deze kleine nuances niet erg. Als je een acute spierscheur oploopt, zal dit pijn doen. Je zal dan eerst moeten rusten in de acute fase van weefselherstel tot de eerste genezing plaatsvindt. De belasting geleidelijk verhogen met een lichte mate van pijn zou dan geen probleem moeten zijn. De verwonding en de bijbehorende pijn zijn nauw met elkaar verbonden.

In andere gevallen, bijvoorbeeld bij langdurige pees problematiek, is er vaak geen direct verband tussen de fysieke toestand van de pees en hoe dit kan voelen. Het verminderen en beheersen van pijn kan dan voldoende zijn om terug te keren naar training als een nuttiger doel, dan inactief te blijven en de pijn te ‘ontzien’.


Conclusie

Pijn is vaak complexer dan blessures. Ondanks dat deze twee synoniemen -, pijn, blessure -, totaal verschillende dingen kunnen betekenen, gaan deze ook vaak samen. Het is goed te erkennen dat pijn soms gewoon pijn is. Maar dat deze pijn naast signalen van het lichaam, ons iets willen vertellen. Luister jij eerlijk naar de signalen van je lichaam? Of doe je dit bewust niet altijd? Laat je goed adviseren voor de beste resultaten in je (top)krachtsport.


Volg ons via instagram

Vorige
Vorige

‘Functioneel trainen’ bij krachtsport revalidatie: overgewaardeerd?

Volgende
Volgende

Overdenken: de valkuil als perfectionist bij pijn